Digitale geletterdheid.app
Officiële bron

Kerndoelen digitale geletterdheid

SLO – Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid, juli 2025. Drie hoofddomeinen: praktische kennis en vaardigheden, ontwerpen en maken, en de gedigitaliseerde wereld.

Primair en speciaal onderwijs

Praktische kennis en vaardigheden

Kerndoel 22: De leerling zet digitale technologie en digitale media in.

22A · Digitale systemen

De leerling zet digitale systemen functioneel in.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van de onderdelen en de werking van digitale systemen in termen van invoer-verwerking-uitvoer
  • gebruiken van de basale mogelijkheden van software voor communicatie, samenwerken, tekenen, rekenen, tekstverwerken, presenteren en beeld-, geluid- en videobewerken
  • beheren van bestanden in digitale omgevingen: gestructureerd ordenen, opslaan en opvragen
  • herkennen van digitale systemen in de eigen omgeving
  • onderhouden en aanpassen van digitale systemen en het oplossen van problemen daarmee

22B · Digitale media en informatie

De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.

Het gaat hierbij om:

  • in kaart brengen van diverse media en bronnen, hun betrouwbaarheid en bruikbaarheid
  • hanteren van een geschikte zoekstrategie, zoekhulpmiddel en zoekopdracht
  • beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid
  • beschrijven hoe makers van digitale media de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden met kleurende en sturende technieken
  • benoemen van factoren die het aanbod en de zichtbaarheid van zoekresultaten beïnvloeden

22C · Data

De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven hoe uit data informatie gehaald wordt door doelgericht verzamelen, structureren en verwerken van data
  • begrip tonen hoe de resultaten van dataverwerking afhankelijk zijn van de herkomst, juistheid en volledigheid van de gebruikte dataset
  • beantwoorden van een vraag met behulp van een dataset
  • beschrijven van het gebruik van data in de eigen omgeving
  • reflecteren op het feit dat de gebruiker van digitale technologie bewust en onbewust data achterlaat en dat die door anderen gebruikt kunnen worden

22D · Artificiële Intelligentie (AI)

De leerling verkent AI.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van elementen van een AI-systeem
  • beschrijven hoe het gedrag van AI-systemen lijkt op menselijk gedrag
  • herkennen van veelvoorkomende AI-systemen en hun toepassingen in de eigen omgeving
  • verantwoord interacteren met een AI-systeem

Ontwerpen en maken

Kerndoel 23: De leerling creëert digitale producten.

23A · Creëren met digitale technologie

De leerling gebruikt passende werkwijzen bij het creëren en gebruiken van verschillende typen digitale producten.

Het gaat hierbij om:

  • experimenteren met digitale middelen om gedachten, ideeën of gevoelens uit te drukken
  • delen van informatie en overbrengen van een boodschap
  • gebruiken van computationele denkstrategieën bij het ontwerpen van een digitaal product
  • ontwerpen van een digitaal product aan de hand van ontwerpeisen in een iteratief proces
  • rekening houden met auteursrechten, licenties en bron- en naamsvermelding bij het creëren van digitale producten

23B · Programmeren

De leerling programmeert een computerprogramma met behulp van computationele denkstrategieën.

Het gaat hierbij om:

  • experimenteren met code
  • beschrijven van de taak en het doel van een computerprogramma
  • ontwerpen en schematisch weergeven van het algoritme behorende bij een taak
  • gebruikmaken van programmeerconcepten: invoer en uitvoer, variabelen, operatoren, herhaling en controlestructuren
  • testen en bijstellen van een eigen computerprogramma of een computerprogramma van anderen

De gedigitaliseerde wereld

Kerndoel 24: De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld.

24A · Veiligheid en privacy

De leerling gaat veilig om met digitale systemen, data en de privacy van zichzelf en anderen.

Het gaat hierbij om:

  • herkennen van veiligheidsrisico's bij het gebruik van digitale systemen en data
  • veilig gebruiken van digitale systemen, data en informatie
  • nemen van passende technische maatregelen om digitale systemen, data en informatie te beschermen
  • wegen van dilemma's bij het delen van zowel eigen persoonsgegevens, data, informatie en digitale content als die van anderen
  • adequaat omgaan met ongepaste content, ongepast gedrag en veiligheidsrisico's in digitale omgevingen

24B · Digitale technologie, jezelf en de ander

De leerling maakt weloverwogen keuzes in het gebruik van digitale technologie en digitale media.

Het gaat hierbij om:

  • online communiceren en handelen op respectvolle en verantwoorde wijze
  • reflecteren op de invloed van digitale technologie en digitale media op eigen denken, eigen gedrag en de interactie met anderen
  • rekening houden met eigen fysieke en mentale gezondheid in relatie tot het gebruik van digitale technologie en digitale media
  • reflecteren op de eigen online identiteit en hoe die tot stand komt
  • verkennen van de eigen interesse in de ontwikkeling van digitale technologie en digitale media

24C · Digitale technologie, samenleving en wereld

De leerling verkent hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden.

Het gaat hierbij om:

  • verkennen van de invloed van de mens op de ontwikkeling van digitale technologie en digitale media en andersom
  • verkennen hoe digitale technologie en digitale media sociaal welzijn en sociale inclusie beïnvloeden
  • redeneren over de kansen en risico's van het gebruik van digitale technologie in de nabije omgeving
  • verkennen wat effecten zijn van digitale technologie op de ecologie

Voortgezet (speciaal) onderwijs

Praktische kennis en vaardigheden

Kerndoel 21: De leerling zet digitale technologie en digitale media in.

21A · Digitale systemen

De leerling zet digitale systemen functioneel in.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van wat technisch nodig is om digitale systemen te laten werken en in een netwerk te laten samenwerken
  • beschrijven van de werking van internet en de plaats van slimme apparatuur daarin
  • gebruiken van geavanceerde mogelijkheden van software voor communicatie, samenwerken en het creëren en bewerken van verschillende typen bestanden
  • herkennen van digitale systemen die in bedrijven, in de wereld van de media en door de overheid gebruikt worden bij het uitvoeren van taken of het oplossen van problemen
  • bijhouden van nieuwe technologische ontwikkelingen, hun mogelijkheden en beperkingen

21B · Digitale media en informatie

De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.

Het gaat hierbij om:

  • combineren van geschikte zoekhulpmiddelen, zoekopdrachten en zoekstrategieën
  • beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid, rekening houdend met eigenschappen van bronnen, zoekhulpmiddelen en gebruikte media
  • reflecteren op de geschiktheid van gebruikte zoekstrategieën, zoekhulpmiddelen en zoekopdrachten voor het verkrijgen van het gewenste resultaat
  • beschrijven hoe sociale media werken en hoe ze de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden
  • reflecteren op welke wijze eigen kennis, opvattingen en voorkeuren de interpretatie van digitale informatie beïnvloeden

Aanvulling havo-vwo:

  • gebruikmaken van vakspecifieke zoekstrategieën, zoekhulpmiddelen en zoekopdrachten

21C · Data

De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.

Het gaat hierbij om:

  • redeneren over hoe een dataset een beperkt beeld geeft van de werkelijkheid
  • uitvoeren van onderzoek met een dataset om een vraag te beantwoorden, een taak uit te voeren of een probleem op te lossen
  • beschrijven van het gebruik van data door bedrijven, instellingen en overheden
  • beschrijven van de toenemende mogelijkheden om datagestuurd te werken
  • reflecteren hoe AI nieuwe manieren om data te verwerken mogelijk maakt

Aanvulling havo-vwo:

  • gebruiken van open data om een probleem op te lossen of een onderzoek uit te voeren

21D · Artificiële Intelligentie (AI)

De leerling verkent mogelijkheden en beperkingen van AI.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van de rol en invloed van de kwaliteit en eigenschappen van data voor de werking en resultaten van AI-systemen
  • herkennen van veelvoorkomende AI-systemen en hun toepassingen door bedrijven, instellingen en overheden
  • beschrijven van verschillen tussen op regels gebaseerde digitale systemen en op statistiek gebaseerde AI-systemen
  • doelgericht, verantwoord en kritisch interacteren met een AI-systeem
  • experimenteren met het trainen van AI-systemen

Aanvulling havo-vwo:

  • beschrijven van machine learning, expertsystemen en gangbare manieren om AI-systemen te trainen
  • reflecteren op de mogelijkheden en beperkingen van AI-systemen

Ontwerpen en maken

Kerndoel 22: De leerling creëert digitale producten.

22A · Creëren met digitale technologie

De leerling gebruikt passende werkwijzen bij het creëren en gebruiken van verschillende typen digitale producten.

Het gaat hierbij om:

  • experimenteren met ontwikkel- en bewerkingssoftware om gedachten, ideeën of gevoelens uit te drukken
  • ontwikkelen en delen van een digitaal product gericht op het informeren, overtuigen of beïnvloeden
  • afwegen met behulp van computationele denkstrategieën in hoeverre het doel met een digitaal product bereikt kan worden
  • ontwerpen en realiseren van een product aan de hand van ontwerpeisen in een iteratief proces, inclusief reflectie op product en proces
  • rekening houden met auteursrechten, licenties en bron- en naamsvermelding bij het creëren van digitale producten

Aanvulling havo-vwo:

  • oplossen van een probleem of uitvoeren van een taak in een ander vak met behulp van computationele denkstrategieën

22B · Programmeren

De leerling programmeert een computerprogramma met behulp van computationele denkstrategieën.

Het gaat hierbij om:

  • beschrijven van de taak en het doel van een computerprogramma
  • ontwerpen en schematisch weergeven van het algoritme behorende bij een taak
  • gebruikmaken van programmeerconcepten: events, datastructuren en combinaties van logische operatoren
  • documenteren, testen en bijstellen van een eigen computerprogramma of een computerprogramma van anderen
  • aanpakken van een probleem of taak zodanig, dat programmeren gebruikt kan worden om het op te lossen

De gedigitaliseerde wereld

Kerndoel 23: De leerling participeert in de gedigitaliseerde wereld.

23A · Veiligheid en privacy

De leerling gaat veilig om met digitale systemen, data en de privacy van zichzelf en anderen.

Het gaat hierbij om:

  • kennis hebben van rechten en plichten van individuen en instellingen ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens, data en privacy
  • herkennen van veiligheidsrisico's bij het gebruik van digitale systemen van bedrijven, instellingen en overheden
  • beschermen tegen zwakke plekken in gebruikte digitale systemen en netwerken
  • herkennen hoe anderen omgaan met privacy en de veiligheid van door hen verzamelde of bewaarde data
  • adequaat omgaan met ongepaste content, ongepast gedrag en veiligheidsrisico's in digitale omgevingen

Aanvulling havo-vwo:

  • beschrijven van malware en andere bedreigingen

23B · Digitale technologie, jezelf en de ander

De leerling maakt weloverwogen keuzes bij het gebruik van digitale technologie en digitale media.

Het gaat hierbij om:

  • online communiceren en handelen op respectvolle en verantwoorde wijze
  • evalueren van de invloed van digitale technologie en digitale media op eigen denken, eigen gedrag en de interactie met anderen
  • rekening houden met eigen fysieke en mentale gezondheid en die van anderen in relatie tot het gebruik van digitale technologie en digitale media
  • reflecteren op en vormgeven van de eigen online identiteit in relatie met anderen
  • verkennen van de eigen interesse in digitale technologie en digitale media in relatie tot studies en beroepen

23C · Digitale technologie, samenleving en wereld

De leerling analyseert hoe digitale technologie, digitale media en de samenleving elkaar wederzijds beïnvloeden.

Het gaat hierbij om:

  • verkennen van mogelijkheden om digitale technologie en digitale media te benutten bij het vormgeven van maatschappelijke betrokkenheid
  • verkennen van mogelijkheden om de ontwikkeling van digitale technologie en digitale media te sturen en te reguleren en daarmee menselijke en democratische waarden te beschermen
  • redeneren over kansen en risico's van het gebruik van digitale technologie in de samenleving vanuit ethisch, sociaal, economisch en ecologisch perspectief
  • analyseren hoe samenlevingen afhankelijk zijn van digitale technologie en van grote technologiebedrijven
  • beschrijven van ethische dilemma's bij het maken van keuzes voor de toekomst die gerelateerd zijn aan ontwikkelingen van digitale technologie en digitale media