Praktische kennis en vaardigheden
Kerndoel 22: De leerling zet digitale technologie en digitale media in.
22A · Digitale systemen
De leerling zet digitale systemen functioneel in.
Het gaat hierbij om:
- beschrijven van de onderdelen en de werking van digitale systemen in termen van invoer-verwerking-uitvoer
- gebruiken van de basale mogelijkheden van software voor communicatie, samenwerken, tekenen, rekenen, tekstverwerken, presenteren en beeld-, geluid- en videobewerken
- beheren van bestanden in digitale omgevingen: gestructureerd ordenen, opslaan en opvragen
- herkennen van digitale systemen in de eigen omgeving
- onderhouden en aanpassen van digitale systemen en het oplossen van problemen daarmee
22B · Digitale media en informatie
De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.
Het gaat hierbij om:
- in kaart brengen van diverse media en bronnen, hun betrouwbaarheid en bruikbaarheid
- hanteren van een geschikte zoekstrategie, zoekhulpmiddel en zoekopdracht
- beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid
- beschrijven hoe makers van digitale media de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden met kleurende en sturende technieken
- benoemen van factoren die het aanbod en de zichtbaarheid van zoekresultaten beïnvloeden
22C · Data
De leerling verkent het gebruik van data en dataverwerking.
Het gaat hierbij om:
- beschrijven hoe uit data informatie gehaald wordt door doelgericht verzamelen, structureren en verwerken van data
- begrip tonen hoe de resultaten van dataverwerking afhankelijk zijn van de herkomst, juistheid en volledigheid van de gebruikte dataset
- beantwoorden van een vraag met behulp van een dataset
- beschrijven van het gebruik van data in de eigen omgeving
- reflecteren op het feit dat de gebruiker van digitale technologie bewust en onbewust data achterlaat en dat die door anderen gebruikt kunnen worden
22D · Artificiële Intelligentie (AI)
De leerling verkent AI.
Het gaat hierbij om:
- beschrijven van elementen van een AI-systeem
- beschrijven hoe het gedrag van AI-systemen lijkt op menselijk gedrag
- herkennen van veelvoorkomende AI-systemen en hun toepassingen in de eigen omgeving
- verantwoord interacteren met een AI-systeem